Er was eens......

Er was eens......

Ooit, lang lang geleden was er eens een elfje die naar een andere wereld ging. Een tas vol met vreugde en liefde. Het elfje was er klaar voor. Want in die nieuwe wereld, daar zou ze deze tas uitpakken en rondstrooien. In deze wereld zou het elfje samen met een heleboel andere elfjes deze magische toverpoeder uitwisselen. Want ieder elfje heeft een andere tas, vol met magie. Het elfje kon niet wachten en stond te trappelen als een eenhoorn.

Via een grote slurf met heel veel mooie kleurtjes zoefde het elfje naar beneden. Het elfje zou daar in de buik van lieve en mooie heks groeien. De lieve heks en de tovenaar zouden haar begeleiden in deze nieuwe wereld. De heks en de tovenaar zouden haar dan na een tijdje, als het nieuwe huisje van het elfje klaar was, verwelkomen.

Maar eenmaal in de buik, voelde het een beetje koud en donker. Het elfje vond het niet fijn. Maar, dacht het elfje, straks als ik naar buiten mag, dan wordt het wel anders. Dan is er ruimte.

Het werd steeds krapper in de buik van de lieve heks en soms had het elfje het idee dat de lieve heks niet helemaal aanwezig was in haar eigen huis. Het elfje maakte zich verder geen zorgen, alles komt goed. Als ze me zien, dan zijn ze heel blij. Want ik heb toverpoeder bij me en dan kan ik de lieve heks en de tovenaar weer laten herinneren dat zij ook kunnen toveren.

De tijd was daar dat het elfje naar buiten mocht. Het elfje moest even wennen aan het licht en aan het huisje wat ze nu om zich heen had en zocht meteen de warmte van de lieve heks. Het was fijn om haar nu te kunnen zien. De warmte van haar huisje op mijn huisje te voelen. De lieve heks en de tovenaar waren heel blij en het elfje dacht, zie je wel, alles komt goed. Wij gaan toveren.

De tijd verstreek. Het elfje merkte dat de lieve heks en de tovenaar niet altijd thuis waren in hun huis. Ze zaten meestal hoog in de toren. En daar was het donker. Daar was geen fijne magie. Daar was het koud. Donkere wolken en de harde wind om de toren maakte het dat de lieve heks en de tovenaar het elfje niet goed konden horen. Het elfje zag wat er mis was en wat ze nodig hadden om weer bij hun mooie magie te kunnen komen. Het elfje haalde alles uit haar tas om de lieve heks en de tovenaar te kunnen laten zien hoe ze weer op die weg konden komen. Door het donkere bos vol met beren en wolven. Maar het elfje zou ze helpen. Want zij had nog genoeg toverpoeder. Maar elke keer als het elfje met de toverpoeder aankwam werden ze een boze heks en een boze tovenaar die hun donkere magie in het tasje van het elfje stopte. Het was een klein tasje, maar er kon veel in. Het elfje dacht dat het zo hoorde. En het elfje stopte de donkere magie bij de regenboogkleurtjes van het rugzakje. Het rugzakje werd alleen steeds zwaarder en zwaarder. Het elfje kon het bijna niet meer tillen. Het elfje werd verdrietig, want het elfje kwam hier om te toveren. En elke keer dat er donkere magie in het rugzakje kwam, vergat het elfje stukje bij beetje dat er onderin het rugzakje toverpoeder zat.

Het elfje groeide op en had zich aangesloten bij de toren. De donkere toren met koude, harde wind. En toch, toch voelde het Elfje, dit klopt niet, ik hoor hier niet. Het elfje had heimwee, maar wist niet waarheen. Alle andere elfjes en tovenaars en lieve heksen zaten ook in die toren. Het zal wel zo horen dacht het elfje. Het zal wel aan mij liggen. Het elfje deed wat iedereen deed. Maar het elfje was niet blij.

Tot er op een dag een baksteen uit de toren viel. En door het gat van waar eerst die baksteen had gezeten kwam een piepklein beetje licht. Het Elfje werd nieuwsgierig en maakte zich een klein beetje los van de groep om te kijken. Het Elfje vond het heel spannend en eng. Want dit licht, het was ergens herkenbaar maar waarvan? Het Elfje merkte dat er meer stenen los zaten. En elke dag, als ze met de anderen langs dat stukje in de toren liepen, haalde het elfje een stukje weg. Het licht wat zo intens dat het Elfje er eerst van schrok. Ik doe iets wat niet mag, dacht het Elfje. En maakte het gat weer een beetje dicht. Wat niet echt meer ging, want er waren al bakstenen uit. Het licht piepte aan allerlei kanten uit en door dat licht kwam een stem die het Elfje riep. Eerst heel zachtjes, maar toen het Elfje niet wilde luisteren, steeds harder tot het Elfje het niet meer kon negeren. Het elfje was de enige die het hoorde want niemand anders reageerde op het licht of op de stem.

Toen op een avond, toen het Elfje genoeg moed had verzameld liep het Elfje weer terug naar die plek. Het Elfje was groot en sterk geworden en kon het gat nog groter maken tot het er doorheen kon gaan. Kom maar, zei de stem. Je hoeft niet bang te zijn. Het Elfje stond te trillen als een rietje. Maar de stem en het licht waren sterker. Het Elfje dacht aan de lieve heks en de tovenaar. Het Elfje wilde hun niet achter laten. Het Elfje voelde verdriet. Kom maar, zei de stem weer. Hier ben ik. Kom maar. Het was een fijne stem en het licht was heerlijk warm. Veel beter dan de kou waar het Elfje al een tijdje in vertoefd had.

Het Elfje keek nog even achterom, maar niemand keek naar het Elfje. Niemand had door waar het Elfje was of wat het Elfje aan het doen was. Dus het Elfje nam een grote ademteug en dook door het gat. Zoefffff….door het licht.

Het Elfje moest even knipperen met de ogen, zo vel was dat licht. Maar het was er warm en fijn. Wat een beetje raar voelde. Het Elfje zag daar allemaal andere Elfjes, maar ook Eenhoorns, kabouters, feeen, tovenaars en lieve heksen. Allemaal met een mooi rugzakje. Het Elfje schrok. Ik heb dat niet. Ik heb geen rugzakje. Ik mag hier vast niet zijn. Ik moet maar weer terug naar de toren. Met gebogen schouders liep het Elfje weer terug naar het gat waar het doorheen was gekomen.

Is deze van jou? Hoorde het Elfje opeens. Het Elfje draaide zich om en daar stond een grote engel. Met vleugels zo groot en zo mooi dat het Elfje even sprakeloos was. De engel hield een rugzakje vast. Het rugzakje was wat stoffig. Maar door de stof heen herkende het Elfje de kleuren. Ja! Riep het Elfje, dat is mijn rugzak! De engel overhandigde de rugzak aan het Elfje maar die kon hem niet tillen zo zwaar was het geworden. Volgens mij zitter er wat spulletjes in die niet van jou zijn, zei de engel. Kom, laten we samen je rugzakje uitpakken en kijken wat je kunt gebruiken en wat niet.

Na een tijdje, het Elfje wist niet zo goed hoe lang ze bezig zijn geweest, was het rugzakje uitgepakt. Nu, zei de Engel, nu mag je het rugzakje weer om doen, en jouw toverpoeder gaan gebruiken met alle andere Elfjes , Eenhoorns, feeen, kabouters, tovenaars en lieve heksen, die ook hun rugzakje hebben opgeruimd. En met die toverpoeder strooi je over de toren. Elke keer weer, en elke keer zal er weer een Elfje of een lieve heks of een Tovenaar zijn die, net als jij, het licht door de bakstenen ziet heen schijnen. En je blijft strooien, want jouw toverpoeder raakt nooit op. Je bent nu sterk om jouw rugzakje niet meer af te laten pakken dus vrees niet wanneer jij jouw toverpoeder uitstrooit. Blijf strooien en strooien en strooien…...want op een dag, dan zal er in die toren zoveel licht zijn, dat de kou en de wind verwijden……

Geloof in jouw toverpoeder ook als anderen jou iets anders willen wijsmaken met hun zwarte magie.

Het Elfje keek naar de Engel. Het Elfje wist dat het waar was. Het Elfje herinnerde zich weer alles nu het rugzakje weer om was. Het Elfje was weer thuis en had geen heimwee meer. Het Elfje wist dat het veilig was en dat het in de toren moest zijn om weer te leren om te durven geloven in de toverpoeder…….de toverpoeder die LIEFDE heet. En hoe meer je er van strooit, hoe meer Elfjes, Tovenaar, Eenhoorns, feeen, kabouters en lieve heksen erbij komen met deze toverpoeder.

Het Elfje voelde zich niet meer alleen…..

Deborah <3

Terug naar het overzicht.